Bougainvillea glabra

Botanische omschrijving

Bougainvillea glabra is een groenblijvende tot halfbladverliezende, sterk klimmende sierheester uit de familie Nyctaginaceae. De soort is van nature afkomstig uit het zuidoosten van Brazilië, maar wordt tegenwoordig wereldwijd gekweekt in subtropische en tropische gebieden vanwege haar uitbundige en langdurige bloei. In warme klimaten kan Bougainvillea glabra muren, pergola’s en gevels volledig bedekken en uitgroeien tot een hoogte van 8 tot 12 meter. In koelere streken wordt de plant vaak als kuipplant gehouden, zodat zij tijdens de winter vorstvrij kan overwinteren.

De plant ontwikkelt lange, houtige, slingerende takken die voorzien zijn van stevige, licht gebogen doorns. Met behulp van deze doorns kan de plant zich vasthechten aan andere begroeiing of aan een steunconstructie. De jonge twijgen zijn groen en soepel, maar verhouten geleidelijk en krijgen een lichtbruine tot grijsbruine schors.

De bladeren staan afwisselend aan de takken en zijn enkelvoudig, ovaal tot elliptisch van vorm, met een gave bladrand en een spitse top. Ze zijn doorgaans 4 tot 10 centimeter lang, hebben een frisgroene tot donkergroene kleur en een gladde, licht glanzende bovenzijde. Afhankelijk van het klimaat kan de plant een deel van haar bladeren verliezen tijdens een droge of koelere periode.

De bloei behoort tot de meest opvallende kenmerken van Bougainvillea glabra. De eigenlijke bloemen zijn klein, buisvormig en meestal wit of crèmekleurig. Ze zijn echter omgeven door drie grote, papierachtige schutbladeren die vaak ten onrechte voor de bloemen worden aangezien. Deze schutbladeren kunnen paars, magenta, roze, rood, oranje, geel, wit of zalmkleurig zijn, afhankelijk van de cultivar. De bloei vindt plaats vanaf het late voorjaar tot diep in de herfst en kan in tropische gebieden vrijwel het hele jaar doorgaan. De kleurrijke schutbladeren blijven langdurig aan de plant en zorgen voor een bijzonder opvallend sieraspect.

De bloemen produceren nectar en worden in hun natuurlijke verspreidingsgebied bestoven door bijen, vlinders en kolibries. Na de bloei ontstaan kleine, droge vruchten waarin zich enkele zaden bevinden. In de tuinbouw worden cultivars echter vrijwel uitsluitend vegetatief vermeerderd door stekken of enten, zodat de specifieke bloemkleur en groeivorm behouden blijven.

Bougainvillea glabra groeit het best op een warme, zonnige en beschutte standplaats. Voor een rijke bloei zijn dagelijks minimaal zes uur direct zonlicht en een goed doorlatende bodem essentieel. De plant verdraagt arme, zandige en stenige gronden en is, eenmaal goed ingeworteld, uitstekend bestand tegen langdurige droogte. Overmatige bemesting, vooral met stikstof, stimuleert vooral de bladgroei en kan de bloei verminderen.

De winterhardheid is beperkt. De soort verdraagt slechts lichte nachtvorst en loopt doorgaans schade op bij temperaturen onder ongeveer –2 °C. In gebieden met koude winters wordt zij daarom meestal als kuipplant gekweekt en vorstvrij overwinterd bij een koele, lichte temperatuur. Tijdens de rustperiode heeft de plant slechts weinig water nodig.

Door haar spectaculaire kleurenpracht, lange bloeiperiode, snelle groei en grote droogtetolerantie behoort Bougainvillea glabra tot de meest geliefde sierklimplanten in mediterrane tuinen, subtropische landschappen en zonnige patio’s. De plant wordt veel toegepast tegen muren, pergola’s, schuttingen en bogen, maar kan door regelmatige snoei ook worden gevormd als struik, leivorm of kleine sierboom.

Bougainvillea glabra is een groenblijvende tot halfbladverliezende, sterk klimmende sierheester uit de familie Nyctaginaceae. De soort is van nature afkomstig uit het zuidoosten van Brazilië, maar wordt tegenwoordig wereldwijd gekweekt in subtropische en tropische gebieden vanwege haar uitbundige en langdurige bloei.