Botanische omschrijving
Ricinus communis (wonderboom of wonderolieplant) is een snelgroeiende, meerjarige struik of kleine boom uit de familie Euphorbiaceae. De soort is vermoedelijk oorspronkelijk afkomstig uit Noordoost-Afrika en het Midden-Oosten, maar is tegenwoordig in vrijwel alle tropische en subtropische gebieden verwilderd of in cultuur gebracht. In gematigde klimaten, zoals België en Nederland, wordt Ricinus communis meestal als eenjarige sierplant gekweekt vanwege haar spectaculaire blad en imposante groei.
De plant ontwikkelt een krachtige penwortel met talrijke zijwortels en vormt een stevige, rechtopstaande stengel die, afhankelijk van het klimaat, een hoogte bereikt van 1,5 tot 4 meter. In tropische gebieden kan de wonderboom uitgroeien tot een kleine boom van meer dan 10 meter hoog. De stengels zijn glad, hol en vaak groen, rood, paars of blauwachtig berijpt, afhankelijk van de cultivar.
De bladeren behoren tot de meest opvallende kenmerken van de soort. Ze staan verspreid aan lange bladstelen en zijn handvormig gelobd met meestal zeven tot elf diep ingesneden lobben. De bladeren kunnen een diameter bereiken van 30 tot meer dan 60 centimeter en hebben een glanzende, leerachtige structuur. Afhankelijk van de cultivar varieert de bladkleur van heldergroen tot donkerrood, purper, brons of bijna zwart. Dankzij deze enorme bladeren krijgt de plant een uitgesproken tropische uitstraling.
De bloei verschijnt vanaf de zomer tot in de herfst. Ricinus communis is een eenhuizige plant, wat betekent dat zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen op dezelfde plant voorkomen. De bloemen zijn klein en onopvallend, maar staan dicht opeen in rechtopstaande bloemtrossen aan de uiteinden van de scheuten. De vrouwelijke bloemen bevinden zich meestal bovenaan de bloeiwijze en zijn herkenbaar aan hun opvallende, felrode tot purperen stempels. De mannelijke bloemen staan onderaan en produceren grote hoeveelheden stuifmeel.
Na de bloei ontwikkelen zich opvallende, stekelige zaadcapsules die groen, rood of purper kunnen kleuren. Bij rijpheid drogen de vruchten in en springen zij open, waarbij de zaden met kracht worden weggeslingerd. De glanzende, ovaalvormige zaden hebben een karakteristiek gemarmerd patroon in tinten van bruin, grijs, zwart en crème. Door hun decoratieve uiterlijk worden ze vaak als sierobject herkend, maar ze behoren tot de giftigste plantenzaden ter wereld.
Ricinus communis groeit het best op een zonnige, warme en beschutte standplaats in een diepe, humusrijke en voedselrijke bodem. De plant heeft een grote behoefte aan water en voedingsstoffen tijdens het groeiseizoen. Regelmatige bemesting en voldoende vocht zorgen voor een krachtige groei en de ontwikkeling van zeer grote bladeren. Een goed doorlatende bodem voorkomt wortelrot.
De wonderboom is niet winterhard. Reeds bij lichte nachtvorst sterven de bovengrondse delen af. In België en Nederland wordt de plant daarom vrijwel uitsluitend als eenjarige gekweekt of als kuipplant die vorstvrij overwintert. De soort groeit zeer snel uit zaad en bereikt vaak binnen één groeiseizoen haar maximale omvang.
Alle delen van Ricinus communis zijn giftig, maar vooral de zaden bevatten het uiterst giftige eiwit ricine. Reeds enkele gekauwde zaden kunnen ernstige vergiftigingsverschijnselen veroorzaken bij mensen en dieren. Het risico is het grootst wanneer de harde zaadhuid wordt beschadigd. De uit de zaden geperste wonderolie (castorolie) is daarentegen veilig voor gebruik, omdat ricine tijdens het productieproces in de olierijke fractie niet aanwezig blijft en wordt verwijderd of geïnactiveerd.
Ondanks haar giftigheid is Ricinus communis een van de meest spectaculaire bladplanten voor zomerse tuinen. Dankzij haar enorme handvormige bladeren, snelle groei en exotische uitstraling wordt zij veel toegepast als solitaire blikvanger in borders, kuipen en tropisch geïnspireerde beplantingen. In combinatie met bananenplanten, Canna’s, Colocasia’s en palmen zorgt de wonderboom voor een indrukwekkend architecturaal effect.
Ricinus communis (wonderboom of wonderolieplant) is een snelgroeiende, meerjarige struik of kleine boom uit de familie Euphorbiaceae. De soort is vermoedelijk oorspronkelijk afkomstig uit Noordoost-Afrika en het Midden-Oosten, maar is tegenwoordig in vrijwel alle tropische en subtropische gebieden verwilderd of in cultuur gebracht.
