Hoe leuk zou het zijn als in elke gemeente een gezellige zadenruilkast staat? Een knus houten kastje vol met zakjes zaden – bloemen, kruiden, groenten – die buurtbewoners met elkaar delen. Je neemt een zakje mee, je legt er eentje in, en zo begint het: samen zaaien, samen groeien! 🌱
Een zadenruilkast met doorzichtige deuren, zodat je kan zien wat er in zit.
Een zadenruilkast is meer dan een kast. Het is een ontmoetingsplek voor iedereen die houdt van groen, tuinieren en samen dingen doen. Je leert nieuwe planten kennen, wisselt tips uit met buren, en draagt tegelijk bij aan een groenere, gezondere leefomgeving.
🌼 Waarom elke gemeente een zadenruilkast nodig heeft:
Iedereen kan meedoen – of je nu een balkon, tuin of alleen een bloempot hebt.
Je hergebruikt zaden, vermindert verspilling én vergroot de biodiversiteit.
Het versterkt de band in de buurt: kleine zaadjes zorgen voor grote verbindingen.
Het inspireert kinderen en volwassenen om (weer) met de natuur bezig te zijn.
💚 Gemeenten, doe mee! Steeds meer gemeenten ondersteunen duurzame ideeën via burgerbudgetten of groene initiatieven. Wat zou het mooi zijn als elke gemeente een zadenruilkast ter beschikking stelt of helpt met een kleine subsidie! Zo maak je het makkelijk voor inwoners om mee te doen aan een simpel maar krachtig initiatief.
Het hout moet weerbestendig zijn, wat hier misschien niet het geval is.
🌻 Iedereen kan het verschil maken 👉 Heb je groene vingers (of wil je die krijgen)? Richt een zadenruilkast op in jouw buurt! 👉 Ben je actief in een buurtvereniging of school? Zet een kastje neer en laat kinderen helpen. 👉 Werk je bij de gemeente? Maak plaats en budget vrij – samen maken we het verschil.
Een zadenruilkast is klein van formaat, maar groot in betekenis. Laten we ervoor zorgen dat er in élke gemeente minstens één staat. Want waar we samen zaaien, daar bloeit iets moois! 🌷🌼🌾
Als je ooit in het zonnige Elche (of Elx, zoals de locals zeggen) terechtkomt, is één ding gegarandeerd: je zult palmbomen zien. Véél palmbomen. De stad heeft er meer dan 200.000, en midden in dit groene woud ligt een klein paradijs dat je niet mag missen — de Huerto del Cura, oftewel de Tuin van de Pastoor.
Huerto del Cura in Elche – een tuin vol verrassingen
🌿 Een tuin vol verrassingen
Huerto del Cura is geen gewone botanische tuin. Het voelt meer alsof je een geheime oase binnenstapt, met kronkelende paadjes, kabbelende fonteintjes en overal palmen, vetplanten en bloemen in alle kleuren. De geur van jasmijn hangt in de lucht, vogels fluiten boven je hoofd, en je hoort af en toe het zachte ruisen van de wind door de bladeren.
De tuin dankt zijn naam aan een priester, José Castaño Sánchez, die in de 19e eeuw hier woonde en de plek omtoverde tot een waar paradijs. Vandaag de dag kun je in zijn voormalige tuin heerlijk ronddwalen tussen meer dan 1.000 palmbomen.
🌴 De keizerin van alle palmen
De Keizerlijke Palm
Het absolute hoogtepunt is de Palmera Imperial – de Keizerlijke Palm. Deze beroemde dadelpalm heeft maar liefst acht stammen die uit één basis groeien. Ze is genoemd naar Keizerin Sisi van Oostenrijk, die hier in 1894 op bezoek kwam. En eerlijk is eerlijk: als je eronder staat, snap je meteen waarom ze deze palm haar naam gaven.
Dadelpalm met een achttal zijtakken
☀️ Waarom je hier naartoe moet
Huerto del Cura is de perfecte plek om even aan de Spaanse middagzon te ontsnappen. De schaduw van de palmen zorgt voor natuurlijke verkoeling, en er zijn genoeg bankjes waar je rustig kunt zitten met een boek of een ijsje (ja, dat mag hier!).
Ook als je niet per se van planten houdt, is de tuin een fotogenieke droom: elke hoek lijkt wel gemaakt voor een Instagram-post. Denk aan tropische vibes, vijvers met waterlelies en zonlicht dat door de palmtakken filtert.
Agave en cactussen in de Huerto del Cura
📸 Praktische informatie
📍 Locatie: Calle Porta de la Morera, 49 – op maar vijf minuten lopen van het centrum van Elche. 🕓 Openingstijden:
Zomer (april – september): 10:00 tot 20:00 uur
Winter (oktober – maart): 10:00 tot 18:00 uur
💶 Entree (2025):
Volwassenen: ongeveer €4,50
Kinderen en senioren: kortingstarief
Gratis voor kinderen onder 6 jaar
🚌 Bereikbaarheid: Elche ligt op slechts 25 km van Alicante. Je kunt er gemakkelijk komen met de trein, bus of huurauto. Vanaf het treinstation van Elche is het ongeveer 15 minuten lopen naar de tuin.
🕐 Beste moment om te gaan: Ga vroeg in de ochtend of aan het einde van de middag – dan is het licht het mooist voor foto’s en is het nog lekker rustig.
🌺 Kleine tip
Combineer je bezoek met een wandeling door het Palmeral de Elche, het enorme palmenbos dat om de stad heen ligt en op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. En als je trek krijgt: vlak bij de ingang van de tuin vind je gezellige cafés waar je een turrón-ijsje of een verse horchata kunt proeven.
🌞 Conclusie
Huerto del Cura is zo’n plek waar je meteen tot rust komt. Even geen haast, geen drukte – alleen het zachte ruisen van duizenden palmen en het gevoel dat je in een tropisch sprookje bent beland.
Dus als je in de buurt van Alicante bent, sla deze groene parel niet over. Neem je zonnebril, camera en een flesje water mee, en geniet van dit kleine stukje paradijs in hartje Elche. 🌴
🌴 Winterbescherming voor exotische planten – eenvoudiger dan ooit
De winter hoeft geen spelbreker te zijn voor wie houdt van een exotisch tintje in de tuin. Met een paar slimme ingrepen kunnen zelfs tropische schoonheden onze koude maanden prima doorstaan.
De voorbije 30 jaren hebben we allerlei manieren uitgeprobeerd om onze palmbomen, oleanders en bananenplanten goed te laten overwinteren. Wat ooit een hele onderneming was, is intussen uitgegroeid tot een verrassend eenvoudig ritueel.
Wanneer breng je winterbescherming aan?
Hiervoor bezoek je regelmatig de weersvoorspellingen op www.bdb.be. Indien er 2 weken op voorhand geen negatieve nachttemperaturen voorspeld worden, dan wacht je nog.
Van tipi tot bigbag
In de beginjaren gingen we behoorlijk grondig te werk: de palmbladeren werden samengebonden, er kwamen stevige ronde palen rond de palm in de vorm van een indianentipi, binnenin een warmtekabel, en daarover nog een laag bubbelfolie. Dat werkte goed, maar eerlijk is eerlijk – het was nogal wat werk.
We snijden enkel de hardste en hardnekkigste bladeren af, binden de rest samen, wikkelen er een warmtekabel rond, en trekken er vervolgens een grote bigbag overheen. Klaar! Er bestaan bigbags tot 2,5 meter hoog, gewoon verkrijgbaar via Bol.com. En mocht de bigbag toch wat te klein zijn, dan doen we onderaan de stam wat bubbelfolie rond – probleem opgelost.
Met deze methode kan je zonder zorgen palmbomen zoals Phoenix canariensis, Phoenix sylvestris, Jubaea chilensis, Butia capitata, Sabal palmetto, Livistona chinensis, Livistona australis, Washingtonia filifera en Washingtonia robusta goed beschermen.
Cycas en oleander: droog houden is de sleutel
De Cycas is eigenlijk heel eenvoudig te overwinteren. We plaatsen er gewoon een polycarbonaat verandaplaat boven, zodat er geen regen op de bladeren valt. Droogte is hier het toverwoord.
Ook de oleander kan meer hebben dan vaak gedacht wordt. Zolang hij droog staat, overleeft hij onze winters prima. Een handige tip: plant een oleander onder een grote winterharde palmboom zoals Trachycarpus fortunei. De palmbladeren houden de meeste regen tegen, waardoor de oleander probleemloos de winter doorkomt.
Canna’s en bananen: kiezen wat je handig vindt
Canna-soorten kan je op twee manieren overwinteren. Ofwel laat je ze gewoon in de volle grond, snijd je de stengels af en leg je er een laag compost over. Of je zet de wortelkluiten in de koude garage tot de lente weer in zicht komt. Beide werken prima.
Bij bananen (Musa basjoo en Musa sikkimensis) doen we het nóg makkelijker. We laten de planten gewoon staan. In een normale winter overleven ze zonder probleem. De stammen kunnen wat invriezen, maar dat is niet erg – ze lopen in het voorjaar gewoon weer uit. Laat de bladeren gerust aan de plant hangen; ze verdorren vanzelf en bieden nog wat extra bescherming tegen nachtvorst. Musella lasiocarpa kan je dan weer best een dakje tegen de regen geven.
Tot slot
Met een beetje voorbereiding, wat droogte en hier en daar wat warmte, kunnen veel exotische planten onze winters verrassend goed doorstaan. Zo geniet je elk voorjaar opnieuw van sterke, gezonde planten – klaar om de tuin weer dat heerlijke, zuiderse gevoel te geven.
Het domein bevindt zich in het dorpje Générargues (departement Gard, regio Occitanie / vroeger Languedoc-Roussillon), ongeveer 2 km ten noorden van Anduze. In 1855 begon de initiatiefnemer, Eugène Mazel (1828-1890), met de aanleg van het domein “Prafrance”. In 1856 initieerde hij de eerste aanplanting van exotische planten, en in het bijzonder bamboesoorten, op het terrein. Mazel had zijn fortuin gemaakt in de specerijenhandel en gebruikte die middelen om zijn botanische passie na te jagen. Hij liet tevens irrigatie-kanalen aanleggen — volgens sommige bronnen meer dan 5 km aan waterlopen op het terrein – om het noodzakelijke waterbeheer voor de exotische planten veilig te stellen.
De hoogste bamboes in deze botanische tuin worden tot 28 meter hoog.
Groei & ontwikkeling door de jaren
Onder Eugène Mazel werd de collectie snel uitgebreid. Echter tegen eind 1800-periode kreeg hij financiële problemen door de omvangrijke investeringen. Volgens een bron moest hij in 1890 het domein verlaten wegens schulden. In 1902 werd het domein overgenomen door Gaston Nègre, die de collectie en het park in stand hield en verder ontwikkelde. In de jaren daarna (o.a. vanaf 1948) werd het beheer doorgegeven binnen de familie Nègre (zo ook Maurice Nègre, daarna Muriel Nègre) zodat het park in meerdere generaties is voortgezet. Het park kreeg officiële erkenningen: bijvoorbeeld het label “Jardin Remarquable” (Opmerkelijke Tuin) in 2005. In 2008 werd de Bambouseraie opgenomen in de aanvullende lijst van Franse historische monumenten (Monument Historique) wat haar erfgoed-waarde onderstreept.
2 prachtige exemplaren van Wollemia nobilis, een zeer zeldzame boom die pas 30 jaar geleden ontdekt werd.
Tegenwoordig wordt het park ook ingezet voor educatieve, ecologische en recreatieve doeleinden: biodiversiteitsbehoud, evenementen, kinderactiviteiten, enzovoort.
De grote bamboesoorten worden echt wel een hand dik.
Wat valt er te zien?
Het park is bijzonder en rijk aan variëteit. Hier volgen de belangrijkste “highlights”.
Zelfs op het vlak van waterplanten heeft het park een rijke collectie.
Bamboebos & collectie
Het centrale thema is natuurlijk bamboe: het park huisvest honderden soorten (verschillende bronnen spreken van “meer dan 1.000 variëteiten/planten” of “rond 300 bamboe-soorten/variëteiten”).
Sommige bamboes worden heel hoog — in het milde klimaat van de Cévennes kunnen soorten tot 20–25 meter hoog worden.
Voor de bezoeker is er onder andere een “Bambusarium” (show-tuin voor verschillende bamboe-soorten) aanwezig.
Andere bijzondere zones
Bouwwerk in bamboe.
Het Laotiaanse dorp (“Village Laotien”): een nagebouwd dorp volledig in bamboebouwmaterialen, met leefomgevingselementen uit Laos, ingebed in het parkgebied.
Allée des Sequoias: een laan met sequoia’s (die ook tientallen meters hoog zijn) in combinatie met bamboes.
Vallon du Dragon: een deel van het park geïnspireerd door Japanse tuinkunst (zen-stijl), met waterpartij, houten paviljoen (“Pavillon du Phoenix”), en planten/mineralen/architectuur in harmonie.
Labyrint vegetaal: een “labyrint” gemaakt met dicht groeiende bamboehaag (bv. Semiarundinaria makinoï) waar je doorheen wandelt en de sfeer van beplanting ervaart.
Balade aérienne / luchtwandeling: een wandelpad in netten of hoogte die door de vegetatie gaat (~8 meter boven de grond) om de vegetatie vanuit een ander perspectief te ervaren.
Jardin aquatique / waterpartij & tuin van de bassins: rustgevende waterzones met spiegelende vijvers, beplanting, architectuur.
In de botanische tuin zijn er verschillende enorme mammoetbomen te bewonderen.
Bezoekerservaring & sfeer
Het park wordt vaak omschreven als een “exotische oase” midden in Europa: een plek waar je je even in een andere wereld waant, dankzij de exotische planten, hoge bamboebossen, het zachte licht onder de bomen.
Voor gezinnen zijn er extra ingrepen: wandelroutes, kinderactiviteiten, speurtocht (“the quest for the Aleya flower” sinds 2023) etc.
De palmbomenlaan is naar verluidt 400 meter lang.
Praktische informatie & tips voor bezoek
Adres: 552 rue de Montsauve, 30140 Générargues, France.
Bezoekduur: gemiddeld wordt aangegeven ongeveer 2 uur nodig te hebben.
Openingstijden variëren per seizoen (bv. vanaf eind februari), zie website voor actuele info.
Het park is toegankelijk voor kinderwagens en rolstoelvriendelijk in grote delen.
Bereikbaarheid: het ligt ongeveer 50–90 minuten rijden van grote plaatsen zoals Nîmes, Montpellier, Avignon, etc.
Extra tip: neem comfortabele wandelschoenen — het terrein is wel parkachtig maar er zijn paden door boszones en beplanting waar je wellicht trager wandelt om te genieten.
Voor fotografie: het hoge bamboebos, de lichtinval door de stengels en de sequoia-laan zijn schitterende fotomomenten.
Beste tijd: Voor een rustiger bezoek kun je buiten de piek-zomermaanden kijken; vroeg in de ochtend is vaak prettiger qua licht en minder druk.
Extra tip: Combineer eventueel met een ritje met de stoomtrein (Train à Vapeur des Cévennes) die in de buurt stopt — leuk extra element.
La Bambouseraie de Prafrance heeft ook een gedeelte waar je tal van bamboes, Acers, palmbomen en andere planten kan aanschaffen.
Wollemia nobilis (in het Engels ‘Wollemi Pine’) is een in 1994 ontdekte boom uit de slangendenfamilie (Araucariaceae). De plant komt voor in het Wollemi National Park in de Australische deelstaat New South Wales. De soort is de enige in het geslacht Wollemia.
Wollemia nobilis is een groenblijvende, eenhuizige boom, die 40 m hoog kan worden. De doorsnede van de stam kan 1,2 m bedragen. De boom is gewoonlijk meerstammig. Bij oudere bomen is de schors donkerbruin en knobbelig. Aan horizontale takken van ongeveer acht jaar vormen zich de vrouwelijke of mannelijke kegels. De kegels groeien aan het uiteinde van de tak. Als de kegel volgroeid is of als de kegel reeds is afgevallen, sterft de tak af en wordt deze vervangen door een nieuwe, die vanaf de stam groeit. De vrouwelijke kegels zijn bolvormig en worden ongeveer 12 cm lang en 10 cm breed. Mannelijke kegels zijn langgerekt en worden ongeveer 10 cm lang en 2 cm breed. Wollemia nobilis kan zich geslachtelijk of vegetatief (door meer stammen te vormen) voortplanten. De bladeren zijn plat, 3-8 cm lang en 2-5 mm breed.[
Ontdekking
De boom is in september 1994 door David Noble (vandaar de soortaanduiding nobilis) ontdekt tijdens een trektocht die hij ondernam met twee vrienden. In een kloof in het Wollemi National Park in New South Wales, 150 km ten noordwesten van Sydney, trof hij enkele opvallende bomen aan die hij niet kon thuisbrengen. Noble nam een afgevallen tak mee zodat iemand de soort later kon determineren. Noble toonde het specimen aan Wyn Jones, een van de wetenschappers verbonden aan het nationaal park, maar ook hij kon de soort niet thuisbrengen, en dus raadpleegde hij de botanicus Ken Hill (verbonden aan de Royal Botanic Gardens in Sydney). Maar ook Hill kon de soort niet identificeren, dus haalden ze Jan Allen erbij (verbonden aan de Mount Tomah Botanic Garden). Samen kwamen ze uiteindelijk tot de conclusie dat het om een nieuwe soort moest gaan, die Wollemia nobilis werd gedoopt. De soort werd in het nieuwe geslacht Wollemia geplaatst binnen de slangendenfamilie. Binnen deze plantenfamilie worden daarnaast de geslachten Araucaria en Agathis onderscheiden. Wollemia nobilis vertoont kenmerken van beide geslachten, maar heeft kenmerken die uniek zijn voor deze soort.
Hedendaagse verspreiding in Europa
Er zijn vrij grote exemplaren van de Wollemia nobilis te zien in Nashira Exotic Garden (Diksmuide, België), de Nationale Plantentuin in Meise (België) en in de Tuinen van Kasteel Trauttmansdorff (Meran, Zuid-Tirol, Italië).
De Phoenix canariensis (Canarische dadelpalm) is naast de Cocos nucifera (Cocospalm) een van de bekendste vederpalm ter wereld. Je ziet ze in de tropische klimaten dan ook vaak staan als straatbeplanting. Ook bij ons zie je ze vaak in de tuin, maar meestal dan wel in een pot. De Phoenix canariensis is ook in Vlaanderen en Nederland geschikt om in de volle grond te planten, als je zorgt voor een winterbescherming. De vruchten van de Phoenix canariensis zijn niet eetbaar. Die van de Phoenix dactylifera echter wel.
Phoenix canariensis op het strand van Altea (Costa Blanca, Spanje)
Verzorging
De Phoenix canariensis is een snelle groeier. Hij doet het goed op voedselarme gronden, maar met wat humus en meststof groeit hij een pak sneller. De palm verdraagt goed wind, en zal het best gedijen in de zon.
De Phoenix canariensis is makkelijk uit zaad op te kweken en is bovendien een snelle groeier! De zaden laten kiemen in zaai en stekgrond. De Phoenix Canariensis zaden kiemen doorgaans na 2-3 maanden. Hoe hoger de temperatuur, hoe sneller ze kiemen.
De zadentrossen van Phoenix canariensis
Winterbescherming: inpakken voor de winter
In Vlaanderen of Nederland is het geen probleem een Canarische dadelpalm in volle grond buiten te overwinteren, mits een minimale winterbescherming. Zo’n winterbescherming kan je heel gemakkelijk voorzien: al wat je nodig hebt is elektriciteit, een warmtekabel, een bigbag (verkrijgbaar tot 2,5 meter hoog) en – als de palm hoger is dan 2,5 meter – nog een bijkomend zeil. Je verwijdert de hardnekkigste (oudste) bladeren, omdat je die niet gemakkelijk kan samenbinden. De nieuwere bladeren bind je zo dicht mogelijk bij elkaar. Dan wind je van onder tot boven een warmtekabel rond de stam en de bladeren, met enkele centimeters afstand tussen de gedraaide kabel. Daarover voorzie je een lange bigbag en eventueel bijkomend zeil onderaan.
Warmtekabel: beschikbaar van 2 tot meer dan 20 meter. Een warmtekabel verbruikt niet veel stroom, omdat hij werkt met een thermostaat als de temperatuur lager is dan – meestal – 5° C.
Bron: Wikipedia, aangevuld en verbeterd met de eigen meer dan 40-jarige ervaring.
De Phoenix canariensis (Canarische dadelpalm) is tweehuizig. 🌴
Dat betekent dat er mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten voorkomen — met andere woorden: je hebt een mannelijke en een vrouwelijke palm nodig voor bestuiving en vruchtzetting (de dadels).
👉 Samenvatting:
🌸 Bloemen: tweeslachtig gescheiden (mannelijk of vrouwelijk per plant)
🌴 Type: tweehuizig (dioecious)
🍈 Vruchten (dadels): alleen op vrouwelijke planten, na bestuiving door mannelijke pollen
Over Butia capitata verschijnen er op het internet heel wat tegenstrijdige berichten. In sommige artikels en op sommige websites, vooral van verkopers, wordt vermeld dat dit een heel winterharde palm is. Andere websites zijn realistischer.
Onze ervaring is echter dat deze palmboom wel heel wat vorst kan overleven, op voorwaarde dat hij niet aangeplant is in vochtigere delen van de tuin, en tijdens de koudste periodes van het jaar beschermd wordt tegen de regen. Vorst en vocht gaan voor deze palm niet samen.
Een winterbescherming hoeft echter niet zoveel te betekenen. Bind de bladeren samen, en trek er gewoon een bigbag over. Dit zal in de gematigde provincies in België en Nederland al ruim voldoende zijn.
Butia capitata, met zijn mooie blauw- en zilverachtige bladeren, houdt van veel zon. Plant hem daarom zo zonnig mogelijk. Hij houdt ook van af en toe wat meststoffen, die je kan toedienen tussen maart en augustus.
Ook al beweren sommige websites dat Butia capitata traag groeit, is dit echter alleen maar de eerste 5 à 10 jaar. Daarna wordt de groei echt wel sneller.
Dit lid van de Arecaceae-familie komt oorspronkelijk uit Uruguay, Argentinië en Brazilië. De butia capitata wordt ook wel de Pindo Palm of Jelly Palm genoemd.
De Butia capitata produceert gele of rode eetbare vruchten; deze zijn zeer decoratief. Je kan ze met succes zaaien, maar ze ontkiemen meestal maar na enkele maanden tot meer dan een jaar later.
Butia capitata in Cap d’Agde
Samenvatting
Butia capitata, ook wel bekend als de geleia-palm of pindopalm, is een middelgrote, sierlijke palmsoort afkomstig uit Zuid-Amerika — met name uit Brazilië, Uruguay en Argentinië. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste kenmerken en weetjes over deze bijzondere plant:
🌴 Algemene kenmerken
Wetenschappelijke naam:Butia capitata (synoniem: Butia odorata – deze naam wordt tegenwoordig vaker gebruikt voor de exemplaren die buiten Brazilië groeien)
Stam: Dik en robuust, grijsbruin van kleur, vaak met resten van oude bladvoeten.
Bladeren: Verenpalm (pinnate), blauwgroen tot grijsgroen, licht gebogen en vaak tot 2–3 meter lang.
Kroon: Compact, met een sierlijke, licht overhangende vorm.
🍈 Vruchten
De palm produceert geeloranje vruchten met een aangenaam, zoet en zuur aroma.
De vrucht is eetbaar en wordt gebruikt om jam, gelei of wijn van te maken — vandaar de naam “geleia-palm”.
De smaak doet denken aan abrikoos, ananas en kokos.
🌞 Groeiomstandigheden
Klimaat: Verdraagt lichte vorst (tot ongeveer -10 °C), waardoor hij geschikt is voor subtropische en zelfs sommige milde gematigde klimaten.
Standplaats: Volle zon, goed doorlatende grond.
Water: Matig – verdraagt droogte goed zodra hij is gevestigd.
Onderhoud: Vrij eenvoudig; dode bladeren kunnen worden verwijderd voor een netter uiterlijk.
🌍 Gebruik
Sierplant: Veel gebruikt in tuinen, parken en lanen vanwege zijn elegante vorm en grijsblauwe bladkleur.
Eetbare plant: Vruchten zijn populair in Brazilië voor huisgemaakte gelei (“geleia de butiá”).
Ecologische waarde: De vruchten worden gegeten door vogels en zoogdieren.
🧭 Verwarring met Butia odorata
Er is enige taxonomische discussie:
Wat vroeger Butia capitata heette, blijkt uit genetisch onderzoek vaak eigenlijk Butia odorata te zijn (de meer koudebestendige variant).
De naam B. capitata wordt tegenwoordig strikter gebruikt voor populaties uit het binnenland van Brazilië (waar het warmer en droger is).
Butia capitata is eenhuizig (monoecious). Dat betekent dat één enkele plant zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen draagt, maar deze bloemen zijn afzonderlijk — dus niet hermafrodiet (niet beide geslachten in één bloem).
Hier even duidelijk uitgelegd:
🌸 Bloemen en voortplanting van Butia capitata
Bloeiwijze: Grote, vertakte bloeiaren (spadices) die deels door een stevige schutblad (spatha) worden omhuld.
Bloemen:
Mannelijke bloemen zijn kleiner en talrijker.
Vrouwelijke bloemen zijn groter en bevinden zich meestal aan de basis van dezelfde bloeiwijze.
Geslachten op één plant: Ja → eenhuizig (monoecious)
Bloemen zelf:Eenslachtig, dus niet tweeslachtig of hermafrodiet.
Een van de knapst “bloeiende” planten die je aan de muren en langs afsluitingen in Spanje, Zuid-Frankrijk, Italië, Kroatië, Griekenland of Turkije vindt, is ongetwijfeld de Bougainvillea. Bloeiend is eigenlijk een verkeerde uitdrukking, want de heel onopvallende bloempjes staan bij fel gekleurde schutblaadjes.
Bougainvillea heb je in verschillende kleuren, gaande van roze over geelachtig tot hevig rood en paars.
Bougainvillea is een geslacht uit de familie Nyctaginaceae. Bougainvillea-soorten en kruisingen worden toegepast als tuin- en kamerplant.
Er zijn circa vijftien soorten, afkomstig uit de tropen en subtropen van Zuid-Amerika, vooral Brazilië. Ze zijn in de eerste helft van de 19de eeuw in Europa ingevoerd. Vooral in het Middellandse Zeegebied en in Afrika komen ze voor.
Deze planten zijn heester- of kruidachtig, groenblijvend of bladverliezend, meest klimmend. In de vrije natuur worden ze tot 4 m hoog. Ze hebben bedoornde twijgen en onaanzienlijke bloempjes. De bloemen zijn omgeven door opvallend gekleurde, papierachtige schutbladeren die lang aan de plant blijven zitten.
Bougainvillea werd voor het eerst gevonden in de tweede helft van de 18e eeuw, tijdens een expeditie waarover de Franse zeevaarder Louis Antoine de Bougainville de leiding had.
Enkele soorten:
Bougainvillea buttiana
Bougainvillea glabra
Bougainvillea peruviana
Bougainvillea spectabilis
Bougainvillea spinosa
Bron: Wikipedia
Bougainvillea heeft heel kleine bloempjes, maar worden geflankeerd door prachtig gekleurde schutblaadjes.
Bougainvillea is in België of Nederland niet winterhard. Er wordt mee geëxperimenteerd, en soms overleven planten. In Exotentuin De Safegarden is in 2025 een Bougainvillea aangeplant tegen een Phoenix canariensis (Canarische dadelpalm), die in de winter een lichte beschutting moet krijgen (bigbag en warmtekabel). Men hoopt dat deze beschutting voldoende zal zijn om de plant gemakkelijk de winter te laten overleven. Op de foto’s hieronder zie je dit experiment.
Bougainvillea in volle grond, tegen een Phoenix canariensis.Experiment met Bougainvillea in volle grond. De wijnkurken worden als bodembedekker gebruikt, zodat er minder onkruid doorkomt.
Uiteraard zijn wij ook geïnteresseerd in ervaringen van anderen. Als je dit bericht leest op de sociale media, geef dan in een reactie julllie ervaringen!
Wist je dat het klimaat in Middelkerke je tuin een groot voordeel geeft? Dankzij de nabijheid van de zee blijft het hier in de winter een stuk zachter dan in het binnenland. Terwijl de thermometer in Limburg of de Ardennen diep in de min duikt, blijft de kust vaak net boven het vriespunt. Dat kleine verschil maakt een wereld van verschil voor je planten.
Veel exotische planten kunnen overleven in Middelkerke, terwijl ze in Limburg of de Ardennen mogelijk niet sterk genoeg zijn om de winter te doorstaan.
De Noordzee werkt eigenlijk als een gigantische warmtedeken. In de zomer warmt het water langzaam op, en in de winter geeft ze die warmte weer af. Zo krijg je een soort natuurlijke vloerverwarming voor je tuin. Het resultaat? Veel minder kans op strenge vorst en dus meer mogelijkheden om bijzondere planten te houden.
In Middelkerke kan je met veel succes soorten kweken waar menig tuinier in het binnenland alleen maar van droomt. Denk aan: 🌿 Vijgenrassen die iets koudegevoeliger zijn, en die sappige vruchten geven. 🌴 Palmen die je tuin instant vakantiegevoel bezorgen, zoals Butia capitata, Jubaea chilensis, Chamaerops humilis en met heel weinig beschutting zelfs Canarische dadelpalmen. 🥝 Kiwi’s die hier veel makkelijker groeien. 🌺 Oleanders en bepaalde soorten agaves die normaal enkel in zuiderse tuinen schitteren. 🌸 Albizia’s die met hun zijdeachtige bloemen een exotisch tintje brengen. 🍑 En zelfs gevoelige fruitbomen zoals abrikozen die elders de winter misschien niet halen.
Tuiniers hier aan de kust kunnen dus een beetje “mediterrane flair” in hun tuin toveren, gewoon dankzij het zachte microklimaat. Dus wie weet: terwijl je vrienden in het binnenland hun planten binnen slepen, kan jij in Middelkerke gewoon blijven genieten van een tuin die het hele jaar door die zomerse vibe vasthoudt.
Praktische tips om meteen te starten
Wil je zelf aan de slag met exotische planten in Middelkerke? Hier zijn enkele eenvoudige tips:
Kies een beschutte plek – Plant vorstgevoelige soorten bij een muur op het zuiden of in een hoek die beschermd is tegen koude wind. Zo profiteren ze dubbel van de warmte.
Let op de bodem – Mediterrane planten houden meestal van goed doorlatende grond. Voeg wat zand of grind toe om te voorkomen dat hun wortels in de winter nat blijven.
Start klein – Probeer eerst één of twee soorten, zoals een vijg of een oleander, en kijk hoe ze het doen in jouw tuin.
Hou een bigbag bij de hand – Bij uitzonderlijke kou kan een hoge bigbag of een winterhoes wonderen doen. Vaak is dit maar een paar nachten per jaar nodig.
Durf te experimenteren – Dankzij het zachte klimaat kan je soorten uitproberen die je normaal enkel in Zuid-Frankrijk zou verwachten. Soms werkt het verrassend goed!
Met een beetje durf en de juiste aanpak kan je in Middelkerke een tuin creëren die je het hele jaar door dat heerlijke zuiderse vakantiegevoel geeft.
Musa basjoo, in het Nederlands taalgebied wel Japanse vezelbanaan genoemd, is een plantensoort uit de banaanfamilie. De van oorsprong Oost-Aziatische soort is in gematigde streken populair als sierplant in tuinen.
In Nederland en Vlaanderen zal de Musa basjoo in de winter soms bovengronds afsterven, maar de rizomen (wortels) overleven bijna altijd. Na de winter komen er nieuwe scheuten of pollen, die een hoogte tot meer dan 5 meter kunnen bereiken. Na drie jaar kunnen de pollen een bloeiwijze vertonen, waarna kleine bananen gevormd worden.
Musa basjoo of Japanse vezelbanaan met bloem/banaantjes in Exotentuin De Safegarden in Bornem.
In Vlaanderen of Nederland zullen de stammen en bladeren, zoals hierboven reeds geschreven, tijdens een strenge winter afsterven. Blijft het bij een gematigde winter, dan zullen de bladeren wel bruin worden, maar dan is het mogelijk dat de stammen blijven staan. Laat de bladeren hangen, snij ze niet af. Ze nemen een groot deel van de nachtelijke koude weg.
Je kan de stammen beschermen. Ook dan moet je de bladeren best niet afsnijden. Plaats een typische tuindraad rond het groepje bananenplanten, bv. 2 meter hoog, en vul dat zo hoog mogelijk op met bladeren, grasmaaisel en andere tuinafval. Ook bij vorst zullen de stammen dan meestal niet afvriezen zo hoog dan de natuurlijke bescherming die je aangebracht hebt. Gebruik nooit plastic.
Bananen kunnen heel veel voeding gebruiken. Ze kunnen zelfs bijna groeien in pure stalmest. Met heel veel mest zullen ze sneller mooie hoogtes bereiken. Mest geef je ten vroegste in maart en ten laatste in augustus.
Plant de Musa basjoo’s zo zonnig mogelijk op een plaats waar het in de herfst en winter nooit drassig is.
Heb je konijntjes of hamsters? Dan zal je merken dat ze gek zijn van bananenbladeren.
Pawpaw (Asimina) is een geslacht uit de familie Annonaceae. De soorten staan ook wel bekend als prairiebanaan, ozarkbanaan of roomappel. Het is een geslacht van heesters met grote bladeren en eetbare vruchten, dat van nature voorkomt van in Canada tot in de centrale delen en het zuidoosten van Noord-Amerika. Het geslacht bevat de grootste eetbare, in Noord-Amerika inheemse vruchten. De planten groeien in de vruchtbare valleien. De naam, die ook wordt gespeld als paw paw, paw-paw of papaw is waarschijnlijk verwant met het Spaanse “papaya” (papaja), misschien door de oppervlakkige overeenkomst tussen de twee vruchten.
copyright Open Exotentuinen. 2025 is een extreem goed jaar voor Pawpaw.
Pawpaw maakt net als de custardappel, de cherimoya, de zoetzak en de zuurzak deel uit van de familie Annonaceae. Het is het enige geslacht van deze plantenfamilie dat niet van nature voorkomt in de tropen.
De pawpaws zijn struiken of heesters, die 2–12 m hoog kunnen worden. De bladeren zijn alternerend geplaatst, ovaal van vorm en 20–35 cm lang en 10–15 cm breed.
De vrucht is een 5-16 bij 3–7 cm grote eetbare bes. De vruchten wegen 0,2-0,5 kg en bevatten veel zaden. De vrucht rijpt van groen naar geel of bruin. Het vruchtvlees smaakt naar banaan of mango, wat afhangt van de cultivar. Het vruchtvlees bevat meer eiwitten dan de meeste andere fruitsoorten.
Copyright Open Exotentuinen: 300 grap is een doorsnee vrucht..
Ondanks dat het smakelijke en voedzame vruchten zijn, zijn ze nooit op zulke grote schaal geteeld als appels en perziken, waarschijnlijk omdat ze moeilijk zijn op te slaan of te verschepen. Ook zijn de planten bijzonder moeilijk te verplanten door de lange penwortel waardoor alleen containergekweekte planten een zeer goede kans op succes bieden.
In de afgelopen tijd is de pawpaw vooral bij biologische telers in Amerika opnieuw in de belangstelling gekomen, omdat het een inheemse fruitsoort is, die weinig last heeft van ziektes. Daardoor zijn er voor de teelt weinig chemische bestrijdingsmiddelen nodig. Het export- en opslagprobleem is grotendeels opgelost door het fruit te verwerken en in te vriezen.
De commerciële teelt van pawpaws vindt op de grootste schaal plaats in het zuidoosten van Ohio. De Ohio Pawpaw Growers’ Association sponsort jaarlijks het Ohio Pawpaw Festival bij Lake Snowden in de buurt van Albany in Ohio. Deze organisatie lobbyt bij de Ohio General Assembly om de pawpaw tot vrucht van de staat te verheffen.
De bloemen zijn bijna niet zelfbestuivend en hebben kruisbestuiving nodig, ten minste twee variëteiten van de plant zijn nodig als bestuivers. Tenminste, dat is wat bepaalde websites beweren. Onze ervaring is dat één plant ruim voldoende is omdat er dan ook bestuiving plaatsvindt. En je kan het bestuivingsproces een handje helpen met een penseeltje.
In Noordwest-Europa is de gewone pawpaw winterhard. De plant is verkrijgbaar bij gespecialiseerde kwekerijen in Nederland en België, bijvoorbeeld bij Plantencentrum Exotica in Herenthout. Dit is een tuincenter gespecialiseerd in heel speciale exotische, meestal winterharde planten en heeft waarschijnlijk het grootste aanbod aan Pawpaw in de Benelux.
Copyright Open Exotentuinen. In 2024 hadden we een vrucht van 484 gram!
Bron: Wikipedia en meer dan 20 jaar eigen ervaring met Pawpaw.
Soms verhuizen mensen of stoppen ze met exotisch tuinieren. En dan hebben ze dikwijls metershoge palmen, bananen of andere grote planten in de tuin waar een beetje moeite voor nodig is om ze mee te nemen of te verwijderen. Maar deze planten zijn dikwijls een koopje!
Naar jaarlijkse gewoonte is er de laatste zondag van oktober (26/10/2025) weer de bekende (ruil)beurs. De entree is gratis!
De standhouders bestaan uit liefhebbers met eigen kweek en enkele professionele kwekers. De aangeboden planten bestaan uit (winterharde) exoten en speciale tuinplanten. Palmen, bananen, woestijnplanten maar ook speciale fruitsoorten en planten die de tuin een exotisch gevoel geven.
Er is de mogelijkheid om iets te drinken en een hapje te eten.
Om de groep Middelkerke | Facebook en uiteraard om de mooiste kustgemeente van Vlaanderen te promoten geven we tijdens het Landbouwweekend van 20 september 2025 een aantal winterharde palmbomen weg. Het zijn kleine palmboompjes van enkele jaren oud, van de soort die je hier ziet:
Om in aanmerking te komen, moet je reeds minstens enkele dagen lid zijn van onze groep Middelkerke en vragen we ook dit bericht enkele dagen voor het weekend openbaar te delen op je Facebook tijdlijn.
Ergens tussen vrijdag 16 u. en zondag 18 u. zullen we in de Facebookgroep Middelkerke een bericht plaatsen waaruit je kan afleiden waar we ergens (in Middelkerke) staan met deze palmbomen. Wie eerst is, eerst maalt. Eén palmboompje per gezin.
Als deze actie een succes is, dan zullen we het deze herfst, winter en lente nog regelmatig herhalen.
Om kans te maken moet je lid zijn van die Facebookgroep, en moet je die Facebookgroep openbaar delen op je Facebook tijdlijn. Ook vinden we het leuk dat je onze Facebookpagina volgt of liket: Open Exotentuinen
Stuur een mailtje naar info@openexotentuinen.be met een printscreen om aan te tonen dat je het gedeeld hebt.
De winnaars worden binnen een weekje bekendgemaakt in de Facebookgroep en via deze blog.
Nota: de winnaars hebben dinsdagavond 23 september 2025 de vrijkaarten ontvangen via e-mail.
Op deze website zal je binnenkort een lijstje zien van gespecialiseerde tuincentra waar men vooral winterharde planten met een exotische look aanbiedt.
Tuincentra kunnen zich laten opnemen in deze lijst, indien ze goed worden bevonden door ons en indien ze ook af en toe deze website delen op sociale media zoals Facebook, en eventueel op hun website.
Organiseer je een exotische beurs / plantenbeurs? Laat het ons dan weten! Via deze website én blog maken we gratis publiciteit op voorwaarde dat je deze website ook eens deelt op Facebook en andere sociale media.
Exotisch tuinieren, met palmen, bananen en andere planten en decoratie die de tuin omtoveren in een jungletuin met veel vakantiegevoel, is in. Zowel in Vlaanderen als in Nederland, maar ook in de andere Europese landen zijn mensen geïnspireerd door de sfeer van de regio rond de Middellandse Zee.
Via www.openexotentuinen.be én de Facebookpagina van Open Exotentuinen blijf je op de hoogte van activiteiten waarbij mooie exotische tuinen worden opengesteld voor het publiek. Dit kunnen zowel tuinen in Nederland en België, als in andere landen zijn.
Ook botanische tuinen in Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal zullen aan bod komen.